Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 12-07-2018
Datum publicatie 13-07-2018
Zaaknummer C/13/648451 / KG ZA 18-508
Rechtsgebieden Civiel recht
Bijzondere kenmerken Kort geding
Inhoudsindicatie
Zowel Omroep Max als Follow The Money hoeven hun berichtgeving over
‘misstanden’ bij de ouderenbond ANBO niet te rectificeren of te verwijderen.
Vindplaatsen Rechtspraak.nl
Uitspraak
vonnis
Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
zaaknummer / rolnummer: C/13/648451 / KG ZA 18-508 MvW/MV
Vonnis in kort geding van 12 juli 2018
in de zaak van
de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid
ANBO,
gevestigd te Woerden,
eiseres,
advocaat mr. B.E.J.M. Tomlow te Utrecht,
tegen
ECLI:NL:RBAMS:2018:4895
RECHTBANK AMSTERDAM
2.1.
2.2.
1. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid
OMROEPVERENIGING MAX,
gevestigd te Hilversum,
advocaten mrs. R.D. Chavannes en D. Verhulst te Amsterdam,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
FOLLOW THE MONEY B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
advocaat mr. M.Ch. Kaaks te Amsterdam.
gedaagden,
vrijwillig verschenen.
Partijen zullen hierna de ANBO, Omroep Max en FTM worden genoemd.
Ter terechtzitting van 21 juni 2018 heeft de ANBO gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie
aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Omroep Max en FTM hebben verweer gevoerd met conclusie tot
weigering van de gevraagde voorzieningen.
Alle partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. Omroep Max heeft tevens
een conclusie van antwoord in het geding gebracht.
Ter zitting waren onder meer aanwezig:
aan de zijde van de ANBO [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] met mr. Tomlow en zijn kantoorgenoot P.J.
Gijsbertsen;
aan de zijde van Omroep Max [naam 4] , [naam 5] en [naam 6] met
mrs. Chavannes en Verhulst;
aan de zijde van FTM [naam 7] en [naam 8] met mr. Kaaks.
Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.
De ANBO is een belangenorganisatie voor senioren. Haar bestuurder is
[naam 1] (hierna [naam 1] ). Omroep Max is een publieke omroep die zich richt op mensen van 50
jaar en ouder. FTM is een platform voor schrijvende journalistiek met een focus op financieeleconomische
onderwerpen. Zij publiceert haar artikelen op de website www.followthemoney.nl.
Omroep Max zendt onder meer het programma Meldpunt! uit. In de uitzending van Meldpunt! van
1 november 2017 is aandacht besteed aan de ANBO. Te gast waren [naam 7] (journalist
werkzaam bij FTM, hierna [naam 7] ) en M. Olfers, hoogleraar, gespecialiseerd in onder meer
verenigingsrecht (hierna Olfers). [naam 1] heeft een uitnodiging om in de uitzending te verschijnen
niet geaccepteerd.
1 De procedure
2 De feiten
2.3.
2.4.
2.5.
2.6.
2.7.
2.8.
Voorafgaand aan de uitzending (op 30 oktober 2017) heeft Omroep Max een persbericht
verspreid waarin onder meer het volgende is opgenomen:
Woensdag in Meldpunt!: Waar zijn de ANBO-miljoenen?
(…) Wat is er gebeurd met de miljoenen euro’s van ouderenbond ANBO? Twee jaar geleden werden alle
lokale ANBO-afdelingen gedwongen ondergebracht bij het ANBO-hoofdkantoor. Ook hun banktegoeden
moesten ze afstaan. Waar is dat geld nu? En hoe groot is de ANBO nog? Meldpunt! gaat op zoek, samen
met Follow the Money; het platform voor onderzoeksjournalistiek. (…)
De lokale ANBO-afdelingen worden in september 2015 verrast door het hoofdkantoor met een blokkade
op hun bankrekeningen. Zij verliezen het beheer over hun saldo van in totaal 3,4 miljoen euro.
Meldpunt! en Follow the Money duiken in de jaarcijfers, statutenwijzigingen, adviesrapporten en
spreken met accountants en tientallen (ex-) ANBO-leden.
Tijdens het onderzoek rijzen ook vragen over de huidige omvang van de ANBO. De afgelopen twee jaar
hebben tienduizenden leden hun lidmaatschap opgezegd en zijn lokale ANBO-afdelingen opgeheven. Hoe
groot is dan nog de achterban van de ANBO? Hebben deze leden wel invloed op het beleid van de bond?
En is de financiële huishouding van de ANBO voldoende transparant?
In Meldpunt! licht [naam 7] , hoofdredacteur van Follow the Money de bevindingen toe. ANBO-directeur
[naam 1] is uitgenodigd om in de uitzending te reageren op de uitkomsten.
(…)
Eveneens op 1 november 2017 is op de website van FTM het artikel verschenen “Autoritaire ANBObons
jaagt ouderen weg”.
Dit artikel vangt aan met:
Ouderenbond ANBO was ooit ’s lands grootste seniorenorganisatie, goed voor bingo-avondjes en
belangenbehartiging van onze ouderen. Tegenwoordig is het een haast dictatoriale lobbyclub. Leden
lopen weg; bestuurders werden geschorst of geroyeerd. Dit heeft alles te maken met één vrouw:
directeur-bestuurder [naam 1] , ook wel ‘ [naam 1] ’. Follow the Money en Omroep Max legden de hand
op vertrouwelijke stukken en ontrafelden haar greep naar de macht.
Op 31 maart 2018 is op de website van FTM het artikel verschenen “Het ANBO-bestuur zette
vrijwilligers keihard aan de kant”.
Op 5 april 2018 is op de website van FTM het artikel verschenen “Directeur ANBO zet onderneming
waarvan ze president-commissaris is in het zonnetje”.
Bij brief van 30 april 2018 (zie productie 3 van FTM) heeft de raadsman van de ANBO FTM – kort
gezegd – gesommeerd het artikel van 1 november 2017 van haar website te verwijderen en over
te gaan tot rectificatie. Naar aanleiding hiervan heeft FTM aan het artikel zoals dit thans is te
vinden op haar website een samenvatting (“Reactie van het bestuur van ANBO”) van de brief van
30 april 2018 in zeven punten toegevoegd (zie productie 1 van FTM).
Ook Omroep Max is bij brief van 30 april 2018 door de raadsman van de ANBO gesommeerd om
tot verwijdering van de uitzending en rectificatie over te gaan (zie punt 47 van de conclusie van
antwoord van Omroep Max). Naar aanleiding hiervan heeft Omroep Max op haar website
(www.maxvandaag.nl) en op www.npostart.nl een correctie geplaatst. Die correctie (zie productie
11 van Omroep Max) luidt:
CORRECTIE
Na 5.05 minuten wordt in deze uitzending gesproken over de daling van het eigen vermogen van ANBO
tussen 2015 en 2016. Dat moet zijn: tussen 2013 en 2016.
Deze correctie heeft betrekking op de volgende uitlating in de uitzending van 1 november 2017:
Het eigen vermogen slinkt van 4 miljoen euro in 2015 naar 2,4 miljoen in 2016.
3 Het geschil
3.1.
3.2.
De ANBO vordert – kort gezegd – het volgende:
ten aanzien van Omroep Max
a. Omroep Max te bevelen om de uitzending van 1 november 2017 te verwijderen van haar
website, van www.uitzendinggemist.nl en van haar social media account(s), alsmede
zoekmachines (Google etc.) aan te schrijven met het verzoek de uitzending te verwijderen uit hun
zoekresultaten;
b. Omroep Max te bevelen in haar programma “Tijd voor Max” een rectificatietekst te tonen die
erop neerkomt dat de uitzending van 1 november 2017 feitelijk onjuiste en suggestieve
berichtgeving bevat en dat de voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat deze uitzending
onrechtmatig is jegens de ANBO;
c. Omroep Max te bevelen diezelfde rectificatietekst te laten uitspreken in de radio-uitzending van
de Perstribune (NPO Radio 1);
d. Omroep Max te bevelen diezelfde rectificatietekst op haar websites te plaatsen;
e. een en ander op straffe van dwangsommen;
f. Omroep Max te veroordelen tot betaling van een voorschot van € 10.000,- wegens immateriële
schadevergoeding;
g. althans een in goede justitie te bepalen beslissing te nemen;
h. Omroep Max te veroordelen in de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente;
i. Omroep Max te veroordelen in de proceskosten;
ten aanzien van FTM
a. FTM te bevelen om de artikelen van 1 november 2017, 31 maart 2018 en 5 april 2018 te
verwijderen van haar website en van haar social media account(s), alsmede zoekmachines
(Google etc.) aan te schrijven met het verzoek de artikelen te verwijderen uit hun zoekresultaten;
b. FTM te bevelen om op haar website een rectificatietekst te tonen die erop neerkomt dat het
artikel van 1 november 2017 feitelijk onjuiste en suggestieve berichtgeving bevat en dat de
voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat dit artikel onrechtmatig is jegens de ANBO;
c. FTM te bevelen om op haar website een rectificatietekst te tonen die erop neerkomt dat de
artikelen van 31 maart 2018 en 5 april 2018 feitelijk onjuiste en suggestieve berichtgeving
bevatten en dat de voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat deze artikelen onrechtmatig zijn
jegens de ANBO;
d. een en ander op straffe van dwangsommen;
e. FTM te verbieden om zich opnieuw feitelijk onjuist, suggestief, althans negatief uit te laten over
de ANBO en/of over haar bestuurder [naam 1] , op straffe van dwangsommen;
f. FTM te veroordelen tot betaling van een voorschot van € 10.000,- wegens immateriële
schadevergoeding;
g. althans een in goede justitie te bepalen beslissing te nemen;
h. FTM te veroordelen in de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente;
i. FTM te veroordelen in de proceskosten.
De ANBO stelt hiertoe – samengevat weergegeven – het volgende. In haar dagvaarding heeft zij
opgenomen dat de televisie-uitzending van Omroep Max zes feitelijke onjuistheden en zeven
suggestieve uitlatingen bevat. Het artikel van 1 november 2017 van FTM bevat vijf feitelijke
onjuistheden en vier suggestieve uitlatingen. Het komt erop neer dat zowel in de uitzending als in
het artikel zonder enige nuance in uiterst negatieve zin en op denigrerende wijze wordt
gesproken over de ANBO en haar bestuurder [naam 1] . Omroep Max en FTM hebben zich hierbij
laten leiden door de uitgesproken negatieve uitlatingen van rancuneuze oud-vrijwilligers. Hierdoor
wordt bij het grote publiek de suggestie gewekt dat de ANBO miljoenen heeft weggemaakt en
ouderen heeft weggejaagd. Dit raakt het bestaansrecht van de ANBO en levert een ernstige
schending op van haar reputatie, hetgeen onrechtmatig is. Omroep Max en FTM werkten samen.
De combinatie van de uitzending en het artikel hebben de impact van de feitelijk onjuiste en
suggestieve boodschap vergroot. Omroep Max en FTM hebben met hun uitlatingen de grenzen van
de vrijheid van meningsuiting overschreden. Daarbij komt dat in dit geval de journalisten van
Omroep Max en FTM niet hebben voldaan aan de regels van hun eigen beroepsgroep, met name
3.3.
3.4.
4.1.
4.2.
4.3.
4.4.
niet aan de regel dat zij deugdelijk journalistiek onderzoek moeten verrichten en dat zij hoor en
wederhoor moeten toepassen. Verder kan niet worden uitgesloten dat Omroep Max, die zelf ook
doet aan belangen-behartiging voor ouderen, haar concurrent, de ANBO, wil uitschakelen.
De ANBO heeft een spoedeisend belang bij toewijzing van haar vorderingen. Zij heeft een
forensisch accountancy bureau (Hermes Advisory B.V.) ingeschakeld om de beweringen van
Omroep Max en FTM te toetsen. Op 19 april 2018 heeft dit bureau een rapport (zie productie 27
van de ANBO) uitgebracht waarin de gestelde onjuistheden worden bevestigd. Dit rapport vormt
de noodzakelijke schakel ter onderbouwing van de vorderingen in dit kort geding. Het
spoedeisend belang bestaat er voorts uit dat FTM op onrechtmatige wijze blijft publiceren over de
ANBO. Ook de artikelen van 31 maart 2018 en 5 april 2018 staan immers bol van de onjuistheden.
Dit leidt tot (nog meer) opzeggingen van het lidmaatschap, waardoor ook de financiële belangen
van de ANBO om hier spoedig een einde aan te maken aanzienlijk zijn.
Omroep Max en FTM hebben verweer gevoerd.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
Toewijzing van de vorderingen van de ANBO zou een beperking inhouden van het in artikel 10 lid
1 EVRM neergelegde grondrecht van Omroep Max en FTM op vrijheid van meningsuiting. Dit recht
kan slechts worden beperkt, indien dit bij wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische
samenleving, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen (zie
artikel 10 lid 2 EVRM). Van een beperking die bij wet is voorzien is sprake, indien de uitzending van
Omroep Max en/of de artikelen van FTM onrechtmatig zijn in de zin van artikel 6:162 van het
Burgerlijk Wetboek (BW). Voor het antwoord op de vraag of dit het geval is, moeten alle
wederzijdse – in beginsel gelijkwaardige – belangen tegen elkaar worden afgewogen. Het belang
van Omroep Max en FTM is er met name in gelegen dat zij zich in het openbaar kritisch,
informerend, opiniërend en waarschuwend moeten kunnen uitlaten over misstanden die de
samenleving raken. Het belang van de ANBO is er met name in gelegen dat zij niet lichtvaardig
wordt blootgesteld aan verdachtmakingen. Bij deze belangenafweging dienen alle
omstandigheden van het geval in ogenschouw te worden genomen.
Een van de omstandigheden die in die belangenafweging meeweegt, is de mate waarin de
inhoud van de publicaties steun vindt in het beschikbare feitenmateriaal. Van Omroep Max en FTM
mag voorts worden verwacht dat zij voldoende zorgvuldig journalistiek onderzoek verrichten.
Onderdeel hiervan is correcte toepassing van het beginsel van hoor en wederhoor.
ten aanzien van Omroep Max
Omroep Max heeft in haar conclusie van antwoord (onder punt 79) aangevoerd dat de
kernboodschap van de uitzending erop neerkomt dat in 2015 bij de ANBO sprake is geweest van
ophef rondom het blokkeren van de bankrekeningen van de lokale afdelingen van de ANBO en dat
onvoldoende duidelijk is hoe de “gecentraliseerde” gelden precies zijn besteed. Er heeft een grote
machtsstrijd gespeeld tussen het hoofdkantoor van de ANBO en de lokale afdelingen en hieraan is
in tal van landelijke en lokale media uitgebreid aandacht besteed. In dat kader zijn regelmatig
voormalige ANBO-leden aan het woord gelaten. Omroep Max heeft er voorts op gewezen dat de
bestedingen van de ANBO, na de centralisatie van de gelden, hoog zijn en dat het ledenaantal en
het eigen vermogen van de ANBO de afgelopen periode significant zijn gedaald. Deze boodschap
vindt, aldus Omroep Max, ruimschoots steun in het beschikbare feitenmateriaal.
De eerste feitelijke onjuistheid in de uitzending van Omroep Max is volgens de ANBO de volgende
uitlating van de voice-over:
4 De beoordeling
4.5.
4.6.
4.7.
“Het eigen vermogen slinkt van 4 miljoen euro in 2015 naar 2,4 miljoen in 2016”.
Deze uitlating komt erop neer dat in een jaar tijd 1,6 miljoen euro van het vermogen van de ANBO
zou zijn verdwenen. Omroep Max heeft erkend dat deze stelling onjuist is en is daarom, zodra zij
daarop is gewezen, tot correctie overgegaan op haar website (zie onder 2.8). Op deze wijze is
reeds voldoende aan de belangen van de ANBO, die de inhoud van de gecorrigeerde uitlating van
Omroep Max niet heeft bestreden, tegemoet gekomen. Toewijzing van de (vergaande)
vorderingen van de ANBO op dit punt zou disproportioneel zijn.
De andere feitelijke onjuistheden die in de dagvaarding onder II tot en met IV zijn opgenomen
betreffen uitlatingen van [naam 7] van FTM, gedaan in de uitzending van Omroep Max van 1
november 2017. Het gaat dan om:
– de hoogte van de salarissen bij de ANBO (volgens [naam 7] € 85.000,- per fte, “ongeveer wat een
kolonel verdient in het leger”);
– de hoogte van de kantoorkosten (volgens [naam 7] 1,2 miljoen euro “voor pennetjes en
gummetjes”);
– de hoogte van de kosten voor communicatie (terwijl er volgens [naam 7] überhaupt niet wordt
gecommuniceerd);
– het teruglopende ledenaantal en de jaarlijks grote verliezen; en
– om de vraag of de aanbevelingen van organisatieadviesbureau Berenschot uit 2009 zijn
opgevolgd (volgens [naam 7] “is ook een organisatieadviesbureau ingehuurd – Berenschot, heel duur
– en die hebben eigenlijk precies aanbevolen wat [naam 1] niet heeft gedaan. Die is er precies tegenin
gegaan…”).
[naam 7] heeft de gewraakte uitlatingen live in een studiogesprek gedaan. Omroep Max heeft
zich er terecht op beroepen dat zij ten aanzien van die uitlatingen een boodschappersfunctie
vervult en dat zij voor die uitlatingen niet aansprakelijk kan worden gehouden. Een journalist
moet, onder meer door het houden van interviews, zijn essentiële rol als publieke waakhond
kunnen vervullen. In dat kader moet hij in beginsel de uitingen van derden ongestraft kunnen
verspreiden. In dit geval heeft de interviewster van het programma Meldpunt! voldoende afstand
gehouden van [naam 7] en, anders dan de ANBO heeft aangevoerd, een kritische houding ten
opzichte van hem aangenomen. Zo heeft zij hem een aantal keren het standpunt van de ANBO
dan wel van [naam 1] voorgehouden. Hiervoor wordt verwezen naar punt 85 van de conclusie van
antwoord van Omroep Max. Een voorbeeld hiervan is te vinden onder punt 69 van het transcript
van de uitzending (productie 2 van Omroep Max). Hier zegt de interviewster: “Zij ( [naam 1] , vzr.)
zegt in haar verweer, dat heb ik gedaan omdat sommige verenigingen er een potje van maakten. En
soms gingen ze ook met geld ervandoor of werd gefraudeerd. Dus het moest echt anders”.
Vanwege de boodschappersfunctie van Omroep Max maken de door de ANBO gewraakte
uitlatingen van [naam 7] in de uitzending van Meldpunt! die uitzending voorshands niet
onrechtmatig. Overigens heeft Omroep Max subsidiair aangevoerd (zie hiervoor haar uitgebreide
betoog onder de punten 98 tot en met 118 van de conclusie van antwoord) dat de uitlatingen van
[naam 7] voldoende steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal.
Vervolgens bevat de uitzending van Omroep Max volgens de dagvaarding een aantal suggestieve
uitlatingen, met name gedaan door voormalige leden, vrijwilligers en bestuursleden van de ANBO.
Het gaat onder meer om de uitlatingen “Wat is er gebeurd met de miljoenen van ouderenbond
ANBO”,
“Twee jaar geleden moesten de lokale ANBO-afdelingen hun geld gedwongen overhevelen naar het
hoofdkantoor in Woerden” en
“Na tientallen gesprekken met oud-bestuurders en inzage in vertrouwelijke documenten komt een
beeld naar voren dat bij ANBO de miljoenen eruit vliegen”.
Ook worden in de dagvaarding twee suggestieve uitlatingen toegeschreven aan [naam 7] en
Olfers. [naam 7] heeft de houding van [naam 1] defensief en agressief genoemd; Olfers heeft
gesuggereerd dat de bestuursstructuur van de ANBO niet goed in balans is. Volgens de ANBO
betreffen al deze uitlatingen uitgewerkte voorbeelden van stemmingmakerij, die zeer negatief en
schadelijk voor de ANBO uitpakt, met name door de afwezigheid van kritische journalistieke
4.9.
4.10.
vragen.
4.8. Ook de beweerd suggestieve uitlatingen maken de uitzending van Omroep Max voorshands
niet onrechtmatig. Hiertoe wordt overwogen dat Omroep Max, naar aanleiding van meldingen die
zij voor het programma Meldpunt! heeft ontvangen, journalistiek onderzoek heeft gedaan en met
een groot aantal personen heeft gesproken. De wijze waarop Omroep Max hiervan verslag doet,
valt onder haar redactionele vrijheid. Bovendien geldt ook hier dat hetgeen de geïnterviewden in
de uitzending naar voren brengen in beginsel onder hun eigen verantwoordelijkheid valt en dat
Omroep Max dit op grond van haar boodschappersfunctie moet kunnen uitzenden. Van
omstandigheden die dit anders maken is niet gebleken. Het is immers niet onjuist dat vraagtekens
kunnen worden geplaatst bij de besteding van de gelden afkomstig van de lokale afdelingen en bij
de centralisering van de zeggenschap binnen de ANBO. Dat dit tot verzet heeft geleid en dat veel
leden zijn vertrokken is evenmin onjuist. [naam 7] mag vinden dat de houding van [naam 1]
defensief en agressief is. Olfers mag vinden dat de bestuursstructuur niet in balans is. Dit betreft
waardeoordelen en Omroep Max komt een grote vrijheid toe bij het uitzenden van dergelijke
meningen.
Belangrijke omstandigheden die voorts meewegen bij de vaststelling dat de uitzending van
Omroep Max niet onrechtmatig is jegens de ANBO zijn de ernst van de misstand die Omroep Max
aan de kaak stelt en het maatschappelijk belang daarvan. Het gaat hier immers om een grote
landelijke organisatie en de ANBO moet als zodanig tegen kritiek kunnen. Omroep Max heeft
voorts voldoende invulling gegeven aan het beginsel van hoor en wederhoor. Zij heeft [naam 1]
uitgenodigd om in de uitzending op te treden, maar dit heeft zij geweigerd, terwijl dit bij uitstek de
gelegenheid was geweest om een tegengeluid te laten horen. Ook staat vast dat de betrokken
journalisten de ANBO op 25 oktober 2017 een uitgebreide vragenlijst hebben toegezonden, maar
dat de ANBO daarop niet inhoudelijk is ingegaan. Dat die vragenlijst in de ogen van de ANBO
suggestief was, maakt niet dat in dit geval onvoldoende mogelijkheid tot wederhoor is geboden.
De ANBO heeft voorts een journalist van Omroep Max ( [naam 9] ) één dag voor de uitzending bij
haar op kantoor uitgenodigd om stukken in te zien, maar stelde daarbij de voorwaarde dat hij
daaruit niet mocht publiceren. Deze houding is door Omroep Max en [naam 7] terecht als defensief
gekwalificeerd. Daarnaast getuigt de houding van de ANBO – zoals Omroep Max heeft aangevoerd
– van weinig zelfinzicht en realiteitszin. Als grote landelijke organisatie dient zij transparant te zijn
en verantwoording naar haar leden en de buitenwereld af te leggen. Daarbij past niet het
persbericht van 31 oktober 2017 (dit is nog vóór de uitzending) waarin onder meer staat:
“Opnieuw is het ex-vrijwilligers gelukt om een podium te krijgen voor hun onvrede over de
veranderingen bij ANBO. (…) Reageert ANBO in de uitzending? Nee, dat doen we niet. (…) De uitzending
is eenzijdig tot stand gekomen met mensen die hun gram willen halen en daar lenen we ons niet voor.
Daarbij is de uitzending niet evenwichtig tot stand gekomen.”
Ook past hierbij niet de reactie van de ANBO op de op 25 oktober 2017 toegezonden vragenlijst,
die onder meer inhield dat zij tegenvragen aan Omroep Max stelde over de financiën van Omroep
Max, het salaris van haar directeur en het functioneren van de Ledenraad etc. Een van die vragen
was:
Uit verschillende gesprekken met ex-medewerkers en (ex)presentatoren is gebleken dat de
medewerkerstevredenheid bij Omroep Max buitengewoon laag is. Doet uw organisatie regelmatig
medewerkerstevredenheidsonderzoeken en zo ja, kunt u deze ons doen toekomen?
Voor zover de tegenvragen wel betrekking hadden op het door Omroep Max verrichte onderzoek
bevatten zij met name retoriek, zoals:
Kunt u aangeven waarom informatie uit jaarrekeningen van ANBO uit de context gehaald wordt en
waarom er selectief gegrasduind is in beschikbare informatie?
Kunt u bevestigen dat uw vragen met opzet tendentieus zijn? Of is er sprake van ondoordacht
onderzoek en zelfs onkunde aan de kant van de onderzoekers?
De conclusie ten aanzien van Omroep Max is dat de onder 4.1 genoemde belangenafweging in
haar voordeel uitvalt, dat de uitzending van 1 november 2017 niet onrechtmatig is en dat haar
vrijheid van meningsuiting dan ook niet kan worden ingeperkt. Dit leidt tot een afwijzing van alle
vorderingen van de ANBO.
4.11.
4.12.
4.13.
4.14.
4.15.
4.16.
ten aanzien van FTM
FTM heeft ter zitting – in aanvulling op de conclusie van antwoord van Omroep Max –
aangevoerd dat zij samen met Omroep Max uitgebreid en zorgvuldig journalistiek onderzoek heeft
gedaan. Zij heeft met veel (oud)leden van de ANBO gesproken en heeft tal van documenten
geraadpleegd. Het artikel van 1 november 2017 vindt dan ook voldoende steun in het beschikbare
feitenmateriaal en is niet suggestief. FTM heeft uit eigen beweging aan het desbetreffende artikel
op haar website een weerwoord van de ANBO toegevoegd, dat zij heeft samengesteld uit de
sommatiebrief van haar advocaat (zie 2.7). De vorderingen die zijn gebaseerd op de artikelen van
31 maart 2018 en 5 april 2018 zijn evenmin toewijsbaar omdat de ANBO hiertoe onvoldoende
heeft gesteld, aldus FTM.
In de dagvaarding heeft de ANBO een vijftal feitelijke onjuistheden in het artikel van 1 november
2017 opgesomd. Het gaat dan om:
– het melden van een viertal royementen van leden, terwijl daar geen sprake van is omdat de
betreffende leden hun lidmaatschap zelf hebben opgezegd (“Mensen die hun mening gaven, werden
meteen weggezet als dissidenten”);
– het in 2015 door de ANBO geleden verlies van € 960.000,- en de passage over het
geheimhouden van het rapport van Berenschot;
– de eenzijdige benoeming van de leden (“Weinig keus”) en de voorzitter van de Raad van Toezicht
(“Een keus is er niet”);
– [naam 10] die is weggestuurd als lid van de ledenraad (“hij wordt eruit gezet nadat hij in oktober
2015 in het Algemeen Dagblad kritiek had geuit op [naam 1]”); en
– het plotselinge bevriezen van de bankrekeningen van de lokale ANBO-afdelingen in 2015 (“de
total shut down”) omdat volgens [naam 1] enkele van die afdelingen zouden frauderen.
FTM heeft de eerste beweerde feitelijke onjuistheid voldoende weerlegd met een beroep op
diverse bronnen (onder wie [naam 11] van wie het citaat “Mensen die hun mening gaven, werden
meteen weggezet als dissidenten” afkomstig is). Ook heeft FTM verwezen naar de producties 14 en
16 van de ANBO (twee opzeggingsbrieven van leden) en naar de producties 4 tot en met 9 van
FTM (eerdere perspublicaties, een brief van de ANBO waarin [naam 12] wordt ontzet uit zijn
lidmaatschap en een verklaring van [naam 13] , voormalig bestuurder van de ANBO). Uit al deze
producties ontstaat het beeld dat verschillende leden met wie een geschil bestond zijn geschorst
of geroyeerd. Ook hebben leden zelf hun lidmaatschap beëindigd omdat hen een schorsing of
royement in het vooruitzicht is gesteld, wat min of meer hetzelfde is.
Ook de tweede feitelijke onjuistheid is voldoende door FTM weerlegd. FTM heeft hiervoor
verwezen naar pagina 29 van de geconsolideerde jaarrekening van 2015 (productie 2 van de
ANBO) waarin een negatief resultaat na belastingen van
€ 960.4999,- is opgenomen. De passage dat het rapport van Berenschot geheim werd gehouden
heeft FTM onderbouwd met productie 12, een publicatie op Skipr.nl, waarin een verklaring van
[naam 13] wordt aangehaald, met productie 13, een verklaring van [naam 14] , en met productie
9, de verklaring van [naam 13] . Zij verklaart onder meer dat alleen een samenvatting van het
rapport ter inzage werd gegeven, dat die samenvatting niet mocht worden gekopieerd en dat de
conclusies van de samenvatting afweken van het Berenschot-rapport zelf.
De derde feitelijke onjuistheid betreft de benoeming van de leden en de voorzitter van de Raad
van Toezicht. FTM heeft hierover – voorshands terecht – aangevoerd dat de ANBO onder de
punten 57 tot en met 60 niet duidelijk heeft gemaakt wat er onjuist is aan de feiten in het artikel.
FTM heeft verder verwezen naar haar productie 15 (het verslag van de Verenigingsraad van 28
maart 2013) waaruit kan worden afgeleid dat een beperkt aantal kandidaten is voorgedragen als
lid en slechts één kandidaat als voorzitter van de Raad van Toezicht.
De vierde feitelijke onjuistheid betreft [naam 15] . Ook hier geldt dat de ANBO niet precies
duidelijk heeft gemaakt wat er onjuist is in de bewuste passage van het artikel. Integendeel, de
4.17.
4.19.
4.20.
4.21.
4.22.
4.23.
4.24.
juistheid ervan wordt bevestigd in productie 21 van de ANBO (pagina 9 van het verslag van de
ledenraad van 26 november 2015) waaruit kan worden afgeleid dat [naam 1] er een voorstander
van is bepaalde leden uit de vereniging te verwijderen.
De vijfde feitelijke onjuistheid bestaat er volgens de ANBO uit dat de lokale afdelingen niet
werden verdacht van fraude, zoals in het artikel is vermeld (overigens vreesde de ANBO wel voor
het verduisteren van gelden, zie punt 65 van de dagvaarding). Dat er wel degelijk een publieke
verdachtmaking van fraude was blijkt uit eerdere perspublicaties (zie de producties 17 tot en met
19 van FTM).
4.18. De conclusie tot zover is dat de ANBO er niet in wordt gevolgd dat er feitelijke onjuistheden
staan in het artikel van 1 november 2017 die dit artikel onrechtmatig maken.
Vervolgens is in de dagvaarding onder I tot en met IV (blz. 25-30) een groot aantal citaten uit
het artikel opgenomen die volgens de ANBO duiden op suggestieve berichtgeving en een onjuiste
beeldvorming creëren. Het betreft citaten afkomstig van (volgens de ANBO) gefrustreerde oudleden
en oud-afdelingsbestuurders, citaten die zien op het zogenaamd geheim houden van
informatie, citaten die suggereren dat geen sprake is van verenigingsdemocratie en citaten die
zien op het centraliseren van de betaalorganisatie. Een aantal voorbeelden:
“Deze mevrouw is echt niets ontziend”;
“op de vergaderingen van de gewesten mocht je alleen maar “ja” zeggen (…) anders werd je geschorst
of geroyeerd”;
“Relevante stukken, jaarverslagen, notulen en rapporten, blijven geheim en daarmee valt [naam 1]
nauwelijks te controleren”; en
“Het hoofdkantoor verklaart dat de accountant zou hebben aangedrongen op het rücksichtlos
centraliseren van de betaalorganisatie”.
Ook deze berichtgeving maakt het artikel niet onrechtmatig. De toonzetting en de gekozen
invalshoek van oud-leden zijn kritisch maar daarvoor is voldoende aanleiding: zie r.o. 4.8 van dit
vonnis waar hetzelfde verwijt aan het adres van Omroep Max wordt besproken.
Ook geldt ten aanzien van FTM (mutatis mutandis) hetgeen hiervoor onder r.o. 4.9 is opgenomen
ten aanzien van Omroep Max en de geboden wederhoor. Hier komt bij dat FTM naar aanleiding van
de sommatiebrief van de raadsman van de ANBO uit eigen beweging een reactie van het bestuur
van de ANBO aan het artikel van 1 november 2017 heeft toegevoegd (zie 2.7).
De conclusie ten aanzien van het artikel van 1 november 2017 van FTM is dat de onder 4.1
genoemde belangenafweging in haar voordeel uitvalt, dat dit artikel niet onrechtmatig is en dat de
vrijheid van meningsuiting van FTM dan ook niet kan worden ingeperkt.
In de dagvaarding heeft de ANBO de artikelen van 31 maart 2018 en 5 april 2018 van FTM
eveneens ten grondslag gelegd aan haar stelling dat FTM onrechtmatig heeft gehandeld. Deze
artikelen zijn niet genoemd in de sommatiebrief van de raadsman van de ANBO van 30 april 2018.
De ANBO maakt slechts op summiere wijze duidelijk wat mis zou zijn met deze artikelen. Zij
verwijst wel naar haar producties 28 en 29, maar dat betreft een door de ANBO zelf opgestelde
aaneenschakeling van losse opmerkingen, bestaande uit 23 pagina’s. Op deze wijze voldoet de
ANBO niet aan haar stelplicht en motiveringsplicht. De beweerde onrechtmatigheid van de
artikelen van 31 maart 2018 en 5 april 2018 kan in dit kort geding dan ook niet kan worden
vastgesteld.
De slotsom is dat de vorderingen van de ANBO niet toewijsbaar zijn. Zij zal als de in het ongelijk
gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Door zowel Omroep Max als FTM is
verzocht om een reële, volledige proceskostenvergoeding (waarbij zou moeten worden
aangesloten bij artikel 1019h Rv). De proceshouding van de ANBO is echter niet van dien aard dat
hiertoe aanleiding wordt gezien. De kosten aan de zijde van zowel Omroep Max als FTM worden
dan ook op de gebruikelijke wijze begroot en wel op:
5.1.
5.2.
5.3.
5.4.
1
– griffierecht € 1.950,00
– salaris advocaat 980,00
Totaal € 2.930,00.
De voorzieningenrechter
weigert de gevraagde voorzieningen,
veroordeelt de ANBO in de proceskosten, aan de zijde van Omroep Max tot op heden begroot op
€ 2.930,00,
veroordeelt de ANBO in de proceskosten, aan de zijde van FTM tot op heden begroot op €
2.930,00,
verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Walraven, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M.
Veraart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2018.1
type: MV coll: EB
5 De beslissing